zondag 25 maart 2012

HET BEZOEK


Mijntje opent haar ogen en kijkt verdwaasd in het wit van een plafond Haar hoofd voelt leeg en donker. Heel langzaam vormen zich haar gedachten: Waar ben ik? Waar is Aart? Paniek stijgt in haar op: Aart! 
Ge­luid­loos opent ze haar mond. 
Ze wil voelen links van haar in bed; de plaats waar Aart altijd slaapt. Een scherpe pijn houdt haar tegen. ‘ O ja! Herinnert ze zich weer, haar arm, haar elle­boog is kapot. Met haar rech­ter­hand kan ze meer en aarze­lend tast ze rond. Haar vingers glijden over een smalle strook ka­toen, voorbij de harde rand van het bed tot ze de kilte waarnemen van behang op een beton­nen muur. Ze ligt in een smal bed, beseft ze, een eenper­soons­bed. Ner­gens voelt ze warmte, geen spoor van de ge­spierde armen of dijen van Aart.
 Mijntje huivert; haar lippen zijn droog en zweet parelt koud op haar voor­hoofd. Ze is wakker gewor­den van een drukkende pijn op haar borst. Voorzichtig ademt ze in en uit. Haar blik­ken dwalen door de ruimte. Ze bevindt zich in een kleine kamer met slechts één raam. Het licht gluurt grijs door een kier van het gor­dijn naar binnen; het moet nog vroeg in de ochtend zijn. Tegen de muur, recht tegen­over haar staat haar oude thee­kastje en ook de boeken­kast en het televisiemeubel herkent ze nu als van haar zelf. In het midden van de kamer ziet ze, zit­tend in haar fau­teuil de contou­ren van wat een manspersoon moet zijn.

Traag krijgen de beelden hun bete­kenis. Ze is in haar kamer in Mariënpark, weet ze weer: Het be­jaar­den­huis, waar ze sinds enige jaren woon­t. Maar, wie zit daar in haar stoel? Ze tilt haar hoofd wat omhoog uit het kussen om beter te kunnen zien. De man leunt achter­over. Hij zit onder­uitge­zakt met zijn rechter­voet kruislings over het linkerboven­been. Het is een vertrouwd beeld en toch een beetje vreemd. 

Kan het de dokter zijn? Of de pastoor? Zou het zo slecht met haar gesteld zijn? Ze is op leef­tijd; de afge­lo­pen zomer heeft ze haar vijfen­tachtig jaren groots ge­vierd. Als voor haar de kerk­klok­ken luiden zullen de mensen in het dorp niet treu­ren: 'Ze heeft haar tijd breed ge­had'.
Ze scherpt haar blik en haar gedachten krijgen meer vaart. Nee, de pastoor is het niet. Dat ziet ze aan de ronde schouders, de korte nek en de gladde schedel. De pastoor is veel hoeki­ger, groter ook dan de man daar in haar stoel. Boven­dien loopt de pastoor zo hard niet meer. Waarom zou hij ook? Het vorige jaar heeft hij haar samen met een hele groep oude vrou­wen en mannen van de laatste sacra­menten voor­zien. Allemaal tegelijk. Uit voor­zorg, dat is weer zo,n nieuwigheid. Niet een van haar kinderen had er bij kunnen zijn.

Zangerig klinken hun kinderstemmetjes in haar oren: 'Lie­ve heertje ik ga slapen, want de dag is weer voor­bij.' Ze is terug in haar eigen huis, in de woonkamer en zit met haar dikke buik op een rechte stoel. Door het glas-in-lood van de bovenramen schijnt de avondzon in een brede baan naar binnen en stofjes dansen op en neer. Op de ruwe kokosmat knielen haar kinde­ren om haar heen.

'Lieve heertje zegen mij ...' bidden ze met samenge­vouwen handen en gesloten ogen, het avondgebed dat ze van haar hebben geleerd. Kleine Freek zit op haar schoot. Ze helpt hem zijn handjes vouwen, dat is een heel gedoe, die korte dik­ke vinger­tjes ineenstren­ge­len. Het lukt en ze legt haar handen er stevig omheen.
'Amen,' roept de kleine boef. Hij probeert zich los te wurmen. De kinde­ren aan haar voeten gluren grinnikend tussen hun wim­pers door.
'Engeltje zoet, bewaar Simon, Mieke, André, Otto, Dirk, Jaap….goed,’ helpt ze.
'Amen,' roepen ze nu allemaal en wrijven hun pijnlijke knieën waarin de mat wit staat afgedrukt.
'Allemaal plassen en naar boven!'
'Eerst nog een beetje water.'
'Mag ik ook wat drin­ken.'
'Ik ook dorst.'
Als ze eindelijk liggen, loopt ze nog een keertje langs hun bedden. Stopt hier een deken in, trekt daar een laken recht en doopt haar vingers in het wijwaterbakje met het palmtakje dat aan een balk midden op de zolder hangt. Nat trekt ze kruisjes op de gladde huid van hun voor­hoofd: 'Welterus­ten, trus­ten...tot mor­gen...'

Morgen doet er niet meer toe. Zijn duim zalvend in het gouden doosje met Heilig Oliesel was de pastoor zijn kudde rondgegaan. Hij maakte kruisjes op haar voor­hoofd, haar lippen, haar han­den. Alles werd haar verge­ven; verkeer­de gedachten, drif­tige woor­den en ook de tikken die ze had uitge­deeld. Voor­zichtig voel­de ze aan de hand die krachte­loos naast haar in bed lag. Ze had zich dikwijls zeer ge­daan.
Nee, het is niet de pastoor die daar zit. De dokter dan? De oude dokter zou het kunnen zijn! Niet de jonge die leek er niet op. Die zal ook niet durven komen. Die is door haar oudste dochter de wacht aange­zegd.

'Een nul is het,' heeft Mieke gezegd: 'Een kwakzal­ver, die ver­dient aan de pillen die u van hem moet slikken. Wie geeft een oud mens als u nu zoveel medicijnen?'

Het is waar, ze heeft zich leeg ­geplast aan de tablet­ten die hij voor­schreef. Dag en nacht moest ze naar de wc. Haar nacht­rust schoot erbij in en op het laatst slingerende ze op haar benen. Met Pasen is het gebeurd: recht voor de ingang van de kapel is ze onderuitgegaan. Pas in het zieken­huis kwam ze weer bij haar positie­ven. Zes weken hebben ze haar daar gehou­den, haar lin­kerarm strak­getrok­ken in een stella­ge van gewich­ten en ijzerdraad. Het heeft niet gehol­pen, de elle­boog is niet geheeld. Hulpeloos keerde ze terug in het be­jaar­den­huis: een arm als een boom­wor­tel, haar elle­boog zo dik als een knie en vin­gers stijf opge­zwol­len van het vocht. Overal moet ze om vragen. Zelfs haar eigen direc­toire kan ze niet meer op- of neerhalen. Nee, de jonge dokter zal niet bij haar in de stoel gaan zit­ten.


naar vervolg

8 opmerkingen:

  1. Mooi hoor, echt mooi geschreven dit.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. ontroerend en prachtig geschreven! benieuwd naar het vervolg! hartelijke groet, Hilde

    BeantwoordenVerwijderen
  3. ik las hier met genoegen schrijf je nu ook verder aan dit verhaal?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Een een ruk uitgelezen, knap beschreven, gauw verder

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik had het dus al gelezen en het is nog even mooi.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Elly jaaaa.... fijn dat het nog steeds goed leesbaar is! dank!

    BeantwoordenVerwijderen