Najaar 2011. Ruim een jaar al duurt de restauratie van mijn tuinhuis. Rekenend op een mooie nazomer sloop ik de buiten zijwand van mijn tuinhuis. Trek de een na de andere rotte plank weg en stuit op een hoeveelheid werk waar het arbeidsbureau jaloers op is. Amper een week verder draait de wind naar het westen en teistert mijn tuinhuis met flinke buien. Een in allerijl aangeschaft oranje gekleurd zeil voorkomt nog net op tijd dat mijn idylle voor de zoveelste keer onder water komt te staan.
Weer of geen weer met de winter in aantocht heb ik weinig keus. Dus werk ik onverdroten voort onder het zeil, waar alles wat ik voor ogen krijg en in handen neem verandert in gekmakend oranje. Ik vernieuw grote delen van de oude middenhut en behandel onvervangbare delen als stutbalken met anti-rot. De kwestie RAAM schuif ik voor me uit: gewoon niet aan denken.
De stapels meterslange planken voor de buitenkant sleep ik tijdig naar de loods op het terrein: een enorme schuur, weliswaar droog maar koud en tochtig. Twee dikke truien overelkaar, gewapend met alles wat ik nodig heb om nieuw hout tegen de weergoden te beschermen schuur en kwast ik er dagenlang op los.
Met eelt op mijn vingers en euforisch van de peutdampen waan ik me Picasso in zijn blauwe periode. Heeft ook hij niet geschilderd en zelfs gewoond in een oud vervallen gebouw, de 'Bateau Lovair' ergens in Monmartre? Schilderde met koude knuisten arme mensen zoals de Strijkende Vrouw! Nee ik mag niet klagen, ook al werk ik met uitsluitend groen, mijn tuinhuis zal straks als het klaar is een schilderachtig kunststuk zijn!
En dan als ik de kwestie RAAM niet meer kan ontlopen dient zich de reddende engel aan. Stanley vindt het zielig dat een oudere vrouw, zoals ik, alleen haar tuinhuis restaureert. Pet achterste voren op zijn kroeskop, armen als van een worstelaar en zwaaiend met een meetlat stapt hij mijn tuin binnen. Hij bekijkt de zaak: 'U wilt graag een raam dat open kan?'
Dat is helemaal geen probleem. Als ik wil, zorgt Stan ervoor dat al mijn ramen open kunnen. Ik zeg hem dat ik tevreden ben met één raam dat open kan. Voortvarend breekt hij met een koevoet het oude raam eruit. Ik kijk benauwd naar de krakend balken. En passant verwijdert hij ook een paar hooggeplaatste planken waarvan ik dacht dat ik die maar beter kon laten zitten.
De volgende dagen verschijnt Stan met onder zijn armen dikke balken hout, grote schroeven en dies meer. Op onverwachte momenten staat hij plotseling voor mijn neus. Bij voorkeur eind van de middag als de tijd voor een aperitief aanbreekt. Stan houdt van vrijheid en daar passen bindende afspraken niet in. Resultaat vier kinderen bij twee ex-vrouwen, maar dat is beter zo! Geeft alleen maar herrie.
Al met al ben ik niet ontevreden want na een dag of tien zit er in mijn zijwand een stevig kozijn. Het wachten is op een passend raam dat ook nog open kan. Stan zal het zelf maken, het kan even duren maar het komt goed, verzekert hij mij en timmert intussen een paar grote platen triplex op de plaats waar het raam moet komen. 'Er wordt zo veel ingebroken, vandaag de dag, vooral op een volkstuinencomplex.' Stan weet er alles van.
Daarna wordt het stil. Ik mis de praatjes over zijn liefde voor oudere vrouwen niet. Kijk bedenkelijk naar het dichtgetimmerde raam. Zet de stenenopbouwrand in een waterdichte mortel en begin met de opbouw van de buitenwand.
Vervloek Stan
terwijl ik worstel met de vier meter lange planken hoog boven mijn hoofd om ze op hun plaats te krijgen. Ben trots op mijn mooie wandje als ik hem nog één keer in de beits heb gezet.
November is al een paar weken oud als ik Stan bel. Ik wil weten waar het raam blijft, maar krijg alleen de juffrouw die meldt dat het nummer momenteel niet bereikbaar is. Alsof ik dat zelf niet bedenken kan! Ik stuur smsjes. Geen reactie. Nu vervloek ik mezelf: zo oud en nog trap ik er in! Nooit meer wachten heb ik mezelf jaren geleden gezworen, en zeker niet op een man. In het wachten op - binnen een jarenlange en ongelukkige liefde – ben ik er bijna aan kapot gegaan.
De winter duurt lang. Samen met Jip breng ik iedere dag een bezoek aan mijn tuin. Ga even mijn huisje binnen dat vol met werktuig ligt. Ongezellig ook door het dichtgetimmerde raam en het oranje licht afkomstig van het zeil dat tegen de ramen klappert. Het is wachten op Godot! Door de strenge vorst zet het ijs in de regenton dusdanig uit, dat de regenpijp dwars door de dakgoot heen wordt gedrukt en als een kachelpijp boven het dak uitsteekt.
De nieuwe lente brengt een nieuw geluid. Er hangt een engel klapwiekend boven mijn tuinhuis. Daalt neer op het dak. Het is een aartsengel en deze keer heet hij Maarten. Hij gaat nog even op wintersport maar daarna is hij er klaar voor.
Eenmaal aan het werk is het in een paar dagen gepiept. Zit er een prachtig op maat gemaakt raam in de zijwand van mijn tuinhuis. Een raam dat open kan!
Even een dak vernieuwen met goten en al eraan? Maarten draait er zijn handen niet voor om!
En voilá! Mag ik u dan eindelijk meenemen naar mijn paradijs en het tuinhuis tonen? Schilderachtig toch?
Ja natuurlijk, er blijven nog wel een paar klusjes over, maar daar hoort u mij niet meer over zeuren. Zo blij als ik ben, dat ik van dat zeil met dat deprimerende oranje licht af ben. Jammer voor de Koningin, maar voor mij nooit meer Oranje Boven!



































