Posts tonen met het label KID. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KID. Alle posts tonen

woensdag 20 februari 2013

Belichtingstijd: Bom- vrouwen (1)



Cécile Jansen  foto Catrien Ariëns 1981
Op de volgende foto’s in Aram’s fotoboek ben ik aan het kamperen met de vrouwen van de BOM-groep. Een ontmoetingsgroep voor vrouwen die Bewust Ongehuwd Moeder wilden worden. Het fenomeen was in 1977 met een kleine advertentie in het Het Parool begonnen. Cécile Jansen roept vrouwen op, die net als zij ‘vanuit een bewuste keuze ongehuwd zwanger zijn of dat overwegen’ om contact met haar op te nemen. Het begrip bom-vrouw is geboren. 

Het verlangen van vrouwen om, onafhankelijk van mannen, kinderen te krijgen en op te voeden, heeft een naam gekregen en eenmaal over de lippen raast het als miltvuur door het land. Amper twee jaar later poseert Cécile, hoog zwanger van haar eerste kind, op de omslag van het boekje: Bewust Ongehuwd Moeder en worden er in de vrouwenhuizen open dagen rondom dit thema georganiseerd.



Ik kan me nog herinneren dat het op een zaterdag was ergens in de zomer van 1980. Mijn besluit om ongehuwd moeder te worden stond al vast en ik had me voor zo’n open dag in het Utrechtse vrouwenhuis opgegeven. De complete wanorde waarin de middag verliep is achteraf de belangrijkste indruk die bij mij is blijven hangen. Ik organiseerde zelf gezondheidsgroepen in een wijk en nam zitting in verschillende ondersteuningsgroepen. Ik zat zelfs in een groepje met vrouwen waarin we brainstormden over feministische hulpverlening en de autobiografie als uitgangspunt erkenden. Maar de propagandisten van het bewust ongehuwde moederschap sloegen alles waar het zorg, je verantwoordelijk voelen voor een ander of een beetje empathie betrof. De opstandigheid der vrouwen had zich in hen ver doorgezet, alsof ik bij een Dadaïstische beweging terecht was gekomen. Niemand die je verwelkomde. Je een kopje koffie aanbood. Je aan een ander voorstelde of je naar een plaats begeleidde. Integendeel het leek erop dat niemand jou verwachtte. Alsof er geen brieven met uitnodigingen waren verstuurd. 


Dag voor bewust ongehuwde moeder  foto  Catrien Ariëns 1981

Het duurde lang voordat de aanwezige vrouwen, verdeeld over twee groepen, in kringen bijeen zaten. Onwennig zat ik op het puntje van mijn stoel en keek rond naar de vragende, maar vooral onbekende vrouwengezichten. Een kleine vrouw die zich als Brechtje voorstelde ontpopte zich als een soort voorgangster. Ze droeg geen BH onder de lange beige hippie jurk zonder mouwen. Grote plukken haar staken links en rechts uit haar oksels. Ik zat ver van haar af en kon niet ruiken of ze die morgen deodorant had gebruikt. Vermoedelijk niet want ook dat was een taboe: was door het feminisme herleid tot een politiek issue, waarin de onderdrukking van vrouwen door mannen - in de industrie die ze hadden ontworpen - zich manifesteerde. Vrouwen wensten zich voor eens en altijd te ontdoen van het beeld dat de man van hen had geschapen en keerden terug naar een vormloos begin.

Brechtje overhandigde een lijst met namen van vrouwen die deel uit gingen maken van onze groep en vertelde dat, nu ze ons bij elkaar had gebracht, we het verder zelf maar uit moesten zoeken. Dat had zij ook moeten doen en ze wenste er verder geen energie in te steken. Zij ging weer verder met haar eigen proces.
Sommige vrouwen op de lijst zijn altijd een naam gebleven. Anderen kwamen nog één keer: Lidy bijvoorbeeld vertelde op de eerst volgende bijeenkomst dat ze, inmiddels 'dolverliefd' het met haar nieuwe vriend ging proberen. De procedure voor kunstmatige inseminatie donor (KID) die ze in gang had gezet werd voorlopig stop gezet. Al snel verwachtte ze haar eerste kind. Tenslotte bleven er zes vrouwen over. We kwamen wekelijks bij elkaar en praatten over de omstandigheden die nodig waren om een ongehuwde moeder te kunnen zijn. We dachten na over de problemen die we konden verwachten zoals betaalde arbeid, kinderopvang, huisvesting en zochten naar oplossingen.
Op een van de foto’s poseer ik met Mia, Alma, Vonne, Till en Christa met haar dochtertje Liza voor een bungalowtent. De camping lag op Schouwen-Duiveland. Zo verrast als ik was over dit Zeeuwse eiland: aan Zeeland denkend, zag ik in gedachten altijd donkere luchten, grauw opspattende golven, tolbruggen en vlak land waar men aardappels verbouwde. Nooit dacht ik aan blonde duinen of donkergroene naaldbossen.

naar deel 2

woensdag 22 augustus 2012

Een Winterse Liefde (slot)



 Wat had hem opgewonden? Hoe zou ze eruit gezien hebben? Schijnbaar achteloos had ik wel eens een Nieuwe Revue uit het rek bij een kiosk gepakt en hem van achteren naar voren door ge­bla­derd. Meiden keken me met grote vochtige ogen aan. 

Al­les was fel aan ze: de kleur van het haar en de lippen van hun weinig geopende mond. Hitsig staken sommigen het puntje van hun tong tussen hagel­witte tanden door naar buiten. Aan het eind, hangend aan een rag­fijn draad­je, glinsterde een drup­peltje spuug. Uitda­gend stootten ze hun welgevormde bor­sten naar voren. Met langgerekte vingers wezen ze de weg naar het gehei­me plekje tussen hun benen.
Zou hij - al was het maar een ogenblik - aan het kind hebben gedacht? Had Simon misschien gelijk toen hij schreef: 'hoe stel je de reactie voor van een kind dat op zekere dag te horen krijgt, dat zijn vader een buisje anoniem sperma is geweest! Wat voor wereldbeeld, wat voor mensbeeld krijgt zo'n kind, om nog maar te zwijgen van het Godsbeeld?' Het was de laatste brief die ik van hem ontving.

‘De voorafgaande dagen hebben donoren geen seks. Ze drinken ook geen alcohol. Na afloop leveren ze het potje bij de balie in. De complete staf is aanwezig om het aangeleverde sperma te verwerken. Met behulp van stikstof worden de limonaderietjes ingevroren. Diezelfde avond nodigen we ook een paar vrouwen uit voor inseminatie met vers sperma.’ 




Ik werd om half negen verwacht. Vers sperma gaf nog altijd betere resulta­ten. Ik moest wel precies op tijd komen, want het was niet de bedoeling dat ik de donoren zou ontmoeten. Te belastend voor beide partijen. Te belastend, voor een donor, was ook de kennis of er wel of geen kind uit zijn sperma geboren zou worden: donoren leverden alleen zaad. De dokter drukte het spuitje leeg en klemde het slangetje dicht. Het mengsel drong koud naar binnen. Het kapje moest ervoor zorgen dat de spermacellen direct het slijm van de baarmoeder­mond inzwommen. Daar konden ze een paar dagen blijven leven.  

Ik stond op uit de stoel. Trok mijn slip en spij­ker­broek aan en wierp een blik in de microscoop.  De toverachtige wereld die in mijn vagina woonde


                                                                         
herinnerde mij aan het oude huis in mijn jeugd. Waar ik - net wakker - de ijsbloemen bewonderde die een strenge nachtvorst op het raam had achtergelaten. Waar mijn vinger voorzichtig tastte over de regelmatige patronen van ijskristallen: dat schoonheid zo ruw, zo koud kon zijn.

Een half uur later zat ik lui onderuitgezakt met een tijdschrift in de trein. Zo had ik het minste last van het slange­tje dat tussen mijn dijen lag. Acht uur liet ik het daar zitten. Daarna mocht ik het verwij­de­ren, schoonmaken en klaar­leggen voor de volgen­de insemina­tie.

Het ritmisch denderen van de wielen maakte me slape­rig. Ik sloot mijn ogen. Langgerekt als een reiger ontsteeg de trein de rails. Nam een steeds hogere vlucht, de onein­dige ruimte tege­moet. En in het centrum van die leegte ont­snapte mij een klein gebed: 'oh God,' bad ik, 'laat de warmte van mijn schoot sterker zijn dan de kou van het bevroren zaad.’

Negen maanden later werd Aram geboren.




                                                       

maandag 20 augustus 2012

Een Winterse liefde (1)




De STIMEZO-kliniek lag een paar minuten lopen van het treinstation. Het leek een gewoon huis in een betere buurt. Onderaan de stenen trap bleef ik even staan. Twee deuren op één portiek. Een bescheiden naambordje wees me waar ik moest zijn.

De kleine kamer - ooit misschien het domein van een kind - was niet verwarmd. Ik nam plaats in de gynaecologische stoel en tilde mijn benen in de beugels. Op het tafeltje naast mij, lagen in een niervormig bekken een stel pietepeuterige limonaderietjes te ontdooien. Verwonderd nam ik het beeld in me op: moesten een paar van die doorzichtige tandenstokers mij een kind geven? Een kind, waar van mijn moeder altijd zei, dat je het eerder had dan het juiste lot uit een loterij.
De dokter die de inseminatie zou verrichtten kwam de kamer binnen. ‘Herman,’ stelde hij zich voor.‘Wij werken voornamelijk met bevroren sperma,’ zei hij, terwijl hij het stalen speculum bij mij naar binnen schoof. Een koude rilling trok door me heen en mijn blik zette zich vast op de kruin van zijn naar voren gebogen hoofd.
'Een voordeel hiervan is dat we continu sperma in voorraad hebben. We kunnen dus meer vrouwen tegelijkertijd behandelen en we kunnen op meerdere dagen om de eisprong heen insemineren.'
'Maar zo kan één man een heleboel nakomelingen krijgen, dat verhoogt toch de kans op inteelt?’
Herman nam met een lang wattenstokje wat slijm weg bij mijn baar­moeder­mond en smeerde het op een glasplaat­je: 'ik doe eerst even een varentest,'
Herman liep naar een tafel in de hoek van de kamer en terwijl hij door een micro­scoop naar de structuur van het slijm tuurde, antwoordde hij: 'het beleid is hier zo dat, als een donor tien kinderen heeft verwekt, hij uit het bestand wordt verwij­derd. De ontmoe­tings­kans tussen de kinderen is dan zo klein dat we dit risico toe­laatbaar achten.'


 

Veel later pas, realiseerde ik me, dat binnen die redenering geen rekening was gehouden met de mogelijkheid dat alleenstaande moeders en lesbische echtparen elkaar wilden ontmoeten om ervaringen uit te wisselen. Er was helemaal geen kennis voor handen over de psychosociale ontwikkeling van KID-kinderen. KID was tot dan voorbehouden aan echtparen waarvan de man onvruchtbaar was gebleken en hen werd door de behandelende artsen sterk aangeraden om de biologische achtergrond voor het kind en de omgeving te verzwijgen. BOM-vrouwen en lesbiennes hadden geen belang bij geheimhouding. Zij doorbraken dit taboe waardoor KID-kinderen meer kansen kregen om elkaar te leren kennen, om wederzijds verliefd te worden en zelfs om met hun halfzus of halfbroer te trouwen.

Nu nam ik zijn verhaal voor waar aan en ik vroeg of er al varens waren?
‘Ja, maar de structuur is nog niet optimaal. Ik denk dat de eisprong nog even op zich laat wachten. Je mag het straks zien.' Herman liet het preparaat voor wat het was en zoog de in­houd van twee rietjes op in een spuitje. Ieder rietje bevatte een kwart centiliter van het mengsel: spermacellen bewaard in een vloeistof, die ze beschermt tegen het invriespro­ces.
Herman zag mijn twijfelende blik: ‘het lijkt weinig maar het bevat genoeg levendige cellen’, verzekerde hij. Hij plaatste het halfronde kapje met slangetje op mijn baar­moe­dermond en zoog een beetje lucht weg. Zo bleef het stevig zitten. Herman vertelde verder over de donoravond die de komende woensdag gehouden zou worden.
Donoren leverden bij aankomst niet direct hun sperma. Ze zaten eerst wat bij el­kaar en praatten en dronken wat. Na verloop van tijd vertrok de een na de ander naar een cabine waar tijdschriften lagen met erotische afbeeldingen en er stond een potje...

Naar deel 2