vrijdag 7 januari 2011

O, heerlijke Griep! (1)


Nog voor ik iets uit de media heb vernomen, lig ik al geveld en dat nog wel op de allereerste dag van het nieuwe jaar. De afspraak die ik rond het middaguur maak om de volgende dag mijn jarige broer persoonlijk te feliciteren zeg ik per omgaande af. Griep komt als een dief in de nacht, maakt van je agenda een waardeloos vodje papier.

Het is even wennen! Kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst, rillerig en gewapend met een rol keukenpapier in mijn slaapkamer verdween. Ik dacht dat ik in de eerste veertig jaar van mijn leven wel zo'n beetje alle griepvarianten had doorgewerkt. Niet dus!
Het duurt niet lang voor ik de voordelen van een griep krijgen ontdek. Om te beginnen hoef ik mijn hond niet uit te laten.
'Moet ik dat doen!'
'Ja,' antwoord ik mijn ruim twintigjarige zoon, die sinds de kerstdagen zijn studentenkamer in Breda heeft verruild voor het goedkope gemak van zijn oude kamer thuis. 'Tenzij je me dood wil hebben, lijkt het mij niet verantwoord dat ik met een hoofd vol snot en 39 graden koorts Jip uit ga laten.'
'Kan je de buurvrouw niet vragen!' Probeert hij nog, maar ik ben onverbiddelijk. Wijs hem er fijntjes op dat ik hem in de zomer van 2009 , toen hij als een van de eersten met de Mexicaanse griep thuis kwam, zonder morren en met liefde heb verzorgd.

Een griep krijgen is eigenlijk heerlijk! Het is een voorziening van God om ons arme tijdeigenen even los te koppelen van alles wat we moeten doen. Griep kan een nieuw begin in je leven zijn. Ik denk aan hoe Aya Zikken ooit haar schrijversbestaan begon. Man griep, twee dochtertjes griep en zij maar sloven en dromen van de verhalen die ze op wilde schrijven, maar waar ze geen tijd voor vond. Ze hoopte dat ze ook griep zou krijgen en die losgewoelde tijd zou kunnen gebruiken voor zichzelf. Waarom weet ik niet, maar moeders krijgen nooit griep, ook Aya niet. Ze vervloekte de god die haar onthield van wat ze zo nodig had en wendde griep voor. Sloot zich op in de slaapkamer met pen en schriftje en schreef het met een aaneengesloten pennestreek vol. Het was de aanzet van haar boek 'Als wij groot zijn, dan misschien,' waar ze in 1954 mee debuteerde en haar naam mee zou vestigen. Ik heb meerdere boeken van haar in mijn bezit. Haar dochter, waar ik mee bevriend was, vertelde mij het verhaal. Kinderen hebben het moeilijk als ze opgevoed worden door een moeder die zelf ook wat wil. Daardoor beïnvloed vond ik Aya in die tijd een ontaarde moeder. Nu en zelf moeder van twee grote zonen vraag ik me soms af : Wie is er hier niet geaard?

vrijdag 31 december 2010

De tijd vliedt!



2010 was me 't jaartje wel!
Een wandelvakantie in Polen.
Mijn oudste zoon gepromoveerd,
getrouwd en voor twee jaar
naar Boston in de States.
Waar ik hem samen met
mijn jongste zoon bezocht
en ook een bezoek aan
New York bracht!

zondag 19 december 2010

woensdag 3 november 2010

Klein Polen

Druk met de voorbereiding van
een nieuwe reis naar Amerika,
zwaai ik jullie uit met
een filmpje over mijn vertrek
naar en aankomst in Krynica,
Polen voorjaar 2010.

Dzien dobry!


maandag 18 oktober 2010

Tuinhuisperikelen



Iedere keer als ik naar mijn tuinhuis loop, hoop ik eindelijk aan de opbouw te beginnen. Zo ook vandaag, maar eenmaal binnen zag ik toch nog een paar planken waarvan ik dacht: zou je die nog niet even weghalen? Even kijken hoe het er achter uitziet!

Maar laat ik eerst uitleggen hoe het met mijn tuinhuis zit. Ooit stond er op de tuin die nu van mij is een houten tuinhuis: een vloertje van natuursteen en de wanden een enkele laag houten planken. Het Tuinenpark 'Ons Buiten' , waartoe de tuin behoort, vierde vorig jaar zijn tachtigjarige bestaan. Zo oud zal het huisje niet geweest zijn, maar het was zeker een oud huisje toen ergens eind vorige eeuw het in handen kwam van een musicus. Harry verbleef veel in zijn huisje. Componeerde daar muziek en sliep er met vriendinnen. Twee goede redenen om het huisje wat behaaglijker maken. Harry bekleedde het oorspronkelijke huis aan de buiten- en aan de binnenkant met houten vloerdelen. De ruimtes ertussen vulde hij op met platen piepschuim. Op de vloer ook allemaal piepschuim. Wat balkjes ertussen. Een vloertje van weer vurenhouten plankjes erover. Verfje erover en hopla klaar was Harry.
Tijdens het maken van zijn huis kreeg Harry flink wat inspiratie, getuige de muzieknoten en de naam 'Chopin',die ik in viltstift op de platen piepschuim vond. Helaas liet Harry na, om het hout te beschermen tegen vocht, schimmel en alles wat de neiging heeft om hout aan zijn eindje te helpen.

Het huisje met de tuin is nu zes jaar in mijn bezit. En eerlijk is eerlijk het is een rot huis. Maar ik ben verliefd op dat gekke houten huisje en wel zo erg dat ik dacht: een paar vloerdelen verwisselen kan ik ook wel hoor. Gewoon een kwestie van meten, zagen en in elkaar schuiven. Verfje erover en klaar is Sagita. Maar toen ik de eerste plank weghaalde zag ik pas wat er achter zat. Tja dat kon ik natuurlijk niet laten zitten. Een rotte plank achter een nieuwe – ook al is die dan behandeld met bruinoleum – is toch zo iets als water naar de zee brengen.

Vandaag dus van een zijwand binnen twee planken van zo'n vier meter lang verwijderd. De meeste schroeven vliegen eruit, met mijn accuboor- schroefmachine. Maar in iedere plank is er steeds één schroef die dwars ligt. Die zich door niets (pompschroevendraaier of gewoon een kruiskop) laat verwijderen. En daar gaat mijn kostbare tijd. Gaatje boren. Voorzichtig, want die plank is goed en op mijn fiets naar de Gamma om vloerdelen van vier meter lang te halen is ook geen optie. Een platte schroevendraaier er scheef in en tikjes geven met de hamer. Hopen dat hij los komt. Geen beweging in te krijgen. Uiteindelijk rest me niets dan hem eruit te steken. Het gat moet later maar weer gevuld worden. Al met al kostte het mij een uur per plank.

Na het verwijderen van het piepschuim en bij het binnenste van mijn heiligdom aangekomen zag ik waar die mieren de afgelopen zomer zo druk mee bezig waren: mijn halve tuin zat op die planken! Er ontbrak nog net een bloemenbed.

Wat goed was van deze dag is dat ik de losse boekenplank met tuin- en leesboeken elders heb ondergebracht. Even met een beiteltje en hamer wat rotte houtstukken van de bevestigingsbalken weghakken maakte afgelopen donderdag meer los dan me lief was. Gelukkig kreeg ik niet de hele hut over me heen.

Je bent nooit te oud om te leren hebben ze mij als kind verteld, maar wat ik niet goed begrijp is dat mijn ouders, die echt arm waren zich in de jaren vijftig - bepaald geen hoog conjuntuur - een schilder kon veroorloven. Sjaak Disseldorp kwam ieder voorjaar in zijn witte overal bij ons thuis de keuken in de kleuren geel en groen sausen en moest er een kamer van nieuw behang voorzien: Sjaak was van de partij.
Het is niet omdat ik te beroerd ben om te werken, maar waarom moeten we tegenwoordig alles zelf doen? Waarom kunnen wij ons in deze tijd van welvaart - ja die geëngageerde crisis tel ik niet mee - geen timmerman, schilder, metselaar etc. betalen? Kruip ik, bijna zeventig jaar oud, rond op de grond van mijn hut met hamer, beitel, zaag, boormachine en met schroeven in mijn mond. Daar komen toch ongelukken van! Je kan het zien iedere avond om half acht op Nederland 1. Heel veel zelfdoeners die zich op een ziekenhuis poli moeten laten behandelen. Alsof dat niks kost!

Maar goed het is waar: te oud om te leren ben ik niet en ik vind het veel leuker werk dan afwassen of stofzuigen. En straks als mijn tuinhuis er weer fris en fruitig bij staat zal ik trots naar mezelf wijzen: zelf gedaan!





Lees verder op : Tuinhuisperikelen-2

zaterdag 7 augustus 2010

Terug naar het Uddelermeer (5)

Om het met de woorden van Geert Mak te zeggen: Waar waren we gebleven?
Pinksteren 1979. Vriend Simon vertrekt zonder haar mee te vragen, voor een vakantie naar Frankrijk. Jana besluit om alleen te gaan kamperen op de Veluwe. Op de heen weg neemt ze Misja de zevenjarige zoon van haar vriendin Hanneke mee op een fietstocht van Utrecht naar Harderwijk.

Zaterdag 2 juni 1979 (vervolg)

We liggen gebroederlijk, op onze rug, naast elkaar onder in de berm en zoeken figuren in de opstijgende wolken. Misja ziet een hond en: 'kijk een boot!' Ik wijs naar een olifant, een tafel. Een zwaan drijft met bolle vleugels langzaam weg, lost op in een waaier van windveren.
De fietsen hebben we boven aan de weg achtergelaten. Een paar kilometer verderop ligt Ermelo. Het zal vermoeidheid geweest zijn. Even lette hij niet op. Verminderde zijn aandacht om het stuur in rechte baan te houden en oeps: het kleine voorwiel van zijn fiets stond dwars op het rijwielpad. Gelukkig, hij heeft zich niet bezeerd! Was alleen verbaasd over de snelle lancering en de zachte landing in de berm. Ik heb hem opgefrist met een nat gemaakte zakdoek en wat appelsap laten drinken.

Hij vraagt: 'Is mama al op de Camping?'
'Vast wel,' antwoord ik en geef hem een boterham. 'Is pindakaas goed?
'Ja, lekker! Is het nog ver?'
'Ik schat nog een uurtje fietsen.'
Hij zucht diep.
'Het valt echt mee hoor! Even door Ermelo heen en dan krijg je al het Leuvenumse bos. We hoeven niet helemaal naar Harderwijk.' Ik woel met mijn vingers door zijn haar: 'Ik vind je echt een kanjer en weet zeker dat papa en mama ook heel trots op je zullen zijn. Op één dag fietsen van Utrecht naar Harderwijk! Dat is heel erg knap hoor als je nog maar zeven jaar bent!'

Zijn engelengezicht, rechtstreeks ontstolen van een schilderij van Rubens, licht op. Heel even, dan keert de frons boven zijn neus terug: ' Maar weet je Jana, papa wil dat ik bij hem kom wonen en mama zegt dat ik gewoon bij haar blijf!'
Ik vloek binnensmonds: Besef dat Misja al worstelt met de oneerlijke waarheid, dat wat hij ook doet, welke keuzes hij in de toekomst zal maken, hij nooit zijn beide ouders tevreden kan stellen. De oorlog tussen Wim en Hanneke woedt in hem voort en zal hem zonder de wijsheid van Koning Salomo op den duur splijten.

Ik wijs hem op een groep aandrijvende stapelwolken. 'Goed kijken Misja! Daar ligt een heel groot kasteel. Binnen de muren draven paarden met wapperende manen. En zie je in het midden die Donjon? Daar gaan wij samen wonen en papa en mama krijgen allebei een eigen vleugel ver van elkaar. Kom!'

Ik draai me naar hem toe, trek hem overeind aan een arm: 'Opschieten Heer Misja. Straks komen de roofridders en pikken ze het in. Het is ons kasteel. Wij hebben het als eerste gezien!'

Gelukkig hij lacht weer!
Samen klauteren we uit de berm omhoog en bestijgen ons ijzeren ros.

vrijdag 9 juli 2010

De twijfelaar



Kijk rustig -




terwijl ik nadenk





over of ik eerst iets moet vertellen over mijn wandelvakantie in Polen,






of toch het huwelijk van mijn oudste kind en zijn vertrek naar Amerika




of dat het beter is om gewoon door te gaan met mijn terugkeer naar het Uddelermeer






- wat rond in mijn tuin.