dinsdag 8 november 2011

Als ik groot ben word ik een moeder

Augustus 1981                                                   Foto: Gulika Postema
'Waarom wil je een kind?'

Mijn huisarts kijkt mij van achter zijn bureau met vragende ogen aan. Ik ben naar zijn spreekuur gekomen om me in te laten en­ten tegen de rodehond. Ongeveer twee maanden daarvoor heb ik hem ook be­zocht. Mijn menstruatie is onregelmatig, pijnlijk en over­vloe­dig. Ik kom thuis met drie strippen anti-con­cep­tiepillen, langzaam breekt het besef door dat ik niet onvruchtbaar gemaakt wil worden Integendeel ik wil een kind. De strippen blijven onaangeroerd in de koel­kast liggen. 

Zijn vraag brengt me met een sprongetje terug op het schoolplein uit mijn kinderjaren.

'In spin de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit', klinken de kinderstemmem over het schoolplein.
Zuster Don Bosco trekt me dicht tegen zich aan en vraagt met vleiende stem: ' En jij Sagita wat wil jij worden als je groot bent?'
Ik ruk me los uit de donkerte van het zwarte ha­bijt. Weg van de stoffig ruikende boezem en spring midden in de bocht van het touw dat door twee kinderen wordt rondge­draaid.
Als ik de bocht weer uit spring kijk ik de non uitda­gend aan: 'Ik wil geen zuster worden,' zeg ik met schelle stem. 'Als ik groot ben word ik een moe­der.'

'Ik wil moeder worden,' antwoord ik mijn huisarts. .
'Dat is geen reden,' zegt hij zacht. 'Dat willen alle vrou­wen.' 

Vandaag is het dertig jaar geleden dat ik moeder ben geworden. 

maandag 10 oktober 2011

Het monster met negen koppen

We leven oktober 2011 en het is alweer een jaar geleden dat ik het stoute plan opvatte om zelf die paar rotte planken in mijn tuinhuis te vervangen.


Mijn tuinhuis begint steeds meer te lijken op de slang Hydra van Lerna uit de Griekse mythologie. Het monster dat Hercules moest verslaan als één van twaalf werken om goed te maken, dat hij in een vlaag van waanzin zijn vrouw en kinderen vermoordde. De moeilijkheidsgraad zat daar in dat voor iedere kop die Hercules van het beest afhakte er twee terugkwamen.

Ik heb geen herinneringen aan vorige levens, maar wellicht heb ik toch ooit iets misdaan wat ik moet goedmaken bij het renoveren van mijn idylle, want iedere keer als ik denk dat ik een klus heb geklaard komen er minstens twee bij.


 






Zoals de foto's laten zien is het      binnen best aardig 
opgeknapt vergeleken
met een half jaar geleden.

   













 













Alleen er was ook nog eenzijwand buiten in een niet al te goede staat. Op het moment dat ik het plan opvatte dat ik best zelf die paar planken kon vervangen zag het er nog aardig uit. Maar in de hitte van het voorjaar ontstonden er enorme kieren tussen de planken en de natte zomer deed de rest. Zo rot als een mispel zou mijn vader zeggen. Dus door en door verrot zoals de vrucht van de mispelaar die men net iets te lang heeft laten liggen voor het consumeren.


Gelukkig brak tweede helft september toch nog even de zomer aan. Eenmaal A gezegd kan men de B niet weigeren. Met het optimistische idee dat het mooie weer zeker zes weken zou aanhouden sloopte ik snel de wand er af! Bestelde hout bij de Gamma en terwijl ik op de bezorging wachtte zaagde ik in gedachten de planken op maat. Schuurde, beitste een schroefde alles weer op zijn plaats. Laat de kou en winter maar komen! Tegen die tijd zou ik heerlijk in mijn verwarmde tuinhuis met kaarslicht nieuwe verhalen bij elkaar zitten te dromen.
Zo is het niet gegaan. Het mooie weer bleef bij een echt Ouwewijvenzomer en ik heb mijn tuinhuis met een oranje zeil afgedekt, waardoor het nu met een beetje verbeelding op een kerststal lijk. Behalve de buitenwand heb ik ook een groot gedeelte van de oude middenhut moeten verwijderen. 
 
Bedekt en aangevreten door alles wat je maar in een insectenboek tegen kan komen was het not done
om dat te laten zitten.
Flink aangetast kwam ook het oorspronkelijke kozijn achter de betimmering vandaan. Een paar spijkers eruit en voila het raam functioneerde weer naar waar het voor diende. 
Het lijkt me zo heerlijk een raam in mijn tuinhuis dat ik naar wens kan opendoen of sluiten, maar hoe krijg ik het weer in een fatsoenlijke staat? Een probleem waarvoor een vorige eigenaar zich kennelijk ook gesteld zag, maar jammerlijk genoeg voor de simpele oplossing koos.





 Ik heb nog een paar klusbedrijven gebeld en gemaild maar tot nu toe geen antwoord op mijn hulpvraag gekregen. Het hout is gebracht en wacht op verwerking. Intussen ben ik weer aan de slag gegaan met STOP ROT en denk na:
Hoe moeilijk zal het zijn om zelf een goed functionerend raam te maken?


Wordt vervolgd. lees verder op: Nooit meer Oranje Boven!

maandag 12 september 2011

Als moeder jarig is, valt er heel wat te vieren!

Hier ben ik nog WIJ


Een oude schoolfoto uit de erfenis van moeder. Met behulp van photoshop heb ik drie grote krassen weggewerkt.Ik kan me er weinig van herinneren dat de foto gemaakt is. Er is alleen een vaag gevoel van wachtten op mijn broer die nog op de bewaarschool zat.  Hij is vijftien maanden jonger en ik zal dus een leerling van de eerste klas lagere school  zijn geweest.
Interessant van het inscannen van oude foto's is, dat je op de computer veel meer waarneemt dan je ooit op zo'n foto gezien hebt. Mij viel vooral de grote boekenkast achter ons op, met rechts de rij keurig gekafte en van etiketten voorziene boeken. Klik op de foto en kijk! Volgens mij zijn de etiketten in handschrift voorzien van titel en een nummer. En gek genoeg herinner ik me ook weer de in rood en groen geruite linten, die moeder om mijn vlechten strikte, nadat zij ze eerst over de pijp van de kachel had glad gestreken. 

De foto is mij vooral dierbaar, omdat er geen foto's meer zijn waarop ik jonger sta afgebeeld. Ooit waren ze wel in ons huis. Zo herinner ik me een foto van moeder samen met mij. Ik ben elf maanden oud en zit op haar arm. Jammer genoeg gaf mijn moeder - bij gebrek aan Tik Tak en Sesamstraat -  haar kinderen af en toe de doos met foto's om ze even zoet te houden. Tja ... ze had die foto's natuurlijk net zo goed direct aan een versnipperaar kunnen voeren. Gelukkig heeft deze foto de beeldenstorm overleefd. Ik heb hem opgeknapt en wil hem gebruiken voor de uitnodiging die ik maak ter gelegenheid van mijn 70ste verjaardag komende week.  Het is inmiddels ook tien jaar geleden dat ik met de diagnose borstkanker werd verblijd.

September 2001 lag mijn leven flink overhoop. Een echo onderzoek wat nader bekeken, een paar woorden van heren in witte jassen en mijn perspectief op de toekomst was in een klap weg. Verder dan een jaar durfde ik niet te denken. Terwijl ik wachtte op verdere onderzoeksuitslagen, bereidde ik mijn 60ste verjaardag voor en gezien de situatie had ik mij voorgenomen om de bloemetjes maar eens flink buiten te zetten. En dan midden in al die onzekerheid breekt nine-eleven aan. De dag waarop één grote stille schreeuw een gapend gat slaat in de Westerse beschaving.

Het was tegen vieren in de middag. Harry Stroeken bracht mij  het manuscript van KALA KALA terug. Ik had gevraagd of hij het wilde lezen. Nu weet ik niet eens meer wat hij er van vond. Wat stelt een manuscript, een bundeltje papier voor, als op datzelfde moment hele kantoren worden leeggeblazen. Het in New York  A-viertjes sneeuwt samen met menselijke silhouetten!  

'Maar we moeten verder,' zeggen mensen als ze een geliefde, een onmisbare hebben verloren. 'We gaan door!'
Ja we gaan door en als het moet tot aan het gaatje! Alleen weet ik niet waarom dat moet? Ik denk dat mensen willen doorgaan. Dat ze willen leven ondanks het gemis! Hun geliefden nog slechts verbeeld op foto's, op een stukje papier!
Ik leef sindsdien door met slechts één borst. Dankbaar omdat ik mijn twee tienerkids uitzag groeien tot flinke mannen. Ja ik heb komend weekend echt wat te vieren!
Nu ben ik IK



Voor de mensen die daar in geïnteresseerd zijn: ik heb een nieuwe  blog MIJN BORSTKANKER aangemaakt, waarop die periode in mijn leven in de vorm van emailbrieven beschreven staat. 




woensdag 24 augustus 2011

Een plekje in de hemel



Zoals met veel tegenslagen in het leven, is de oorzaak van de wateroverlast in mijn tuinhuis geen kwestie van of of, maar een van en en. Geen moment is het in mijn hoofd opgekomen dat de brede gapende kier onder aan een ruit, een oorzaak kon zijn van binnenvallend regenwater. Integendeel ik had totaal geen haast met het herstellen van het weggerotte kozijn zag de gleuf vooral als een povere maar natuurlijke manier van luchtverversing.

Met een overschot van een door zijn poten gezakte partytent heb ik het raam afgedekt, waarna de wateroverlast met liters afnam.
De laatste restjes op de vloer kwamen echt via de kieren en scheurtjes in de stenen rand, zoals Jaap van de bouwcommissie mij verzekerd had. Ik ben dus in de weer gegaan met cementmortel, dit gemixt met een of ander melkachtige vloeistof - waardoor het wateronvriendelijk wordt - tot een klontvrije en smeerbare emulsie.
Half zittend, half gelegen op de grond, gewapend met twee troffels heb ik het spul op de stenenopbouwrand gesmeerd en waande me terug in de tijd waarin mensen hun eigen lemen hut bouwden. Daar lijkt mijn metselwerk ook op. Vooral omdat ik op het laatst, moegeworden, het gewoon met mijn handen erop geboetseerd heb.

Mijn tuinhuis! Bijna een jaar ben ik nu bezig om dit kleine optrekje, dat plekje voor mezelf, zowat met blote handen op te bouwen.
Ik heb een sterke wil: 'Wat die meid in haar kop heeft, heeft ze niet in haar kont zitten,' verzuchtte mijn moeder soms. Dat van die kop kan ik wel begrijpen, maar wat mijn kont daar mee van doen heeft?
Wat zit er in mijn kop dat niet wil opgeven? Niet zegt: 'nu is het wel genoeg stom huis met je rotte planken en lekkende vloer, val maar in elkaar, zoek maar een andere bewoner, ik ben klaar met jou!'
Wat heb jij toch met huizen vroeg ooit een therapeut aan mij?

Van kind af aan speelde  ik met vriendinnetjes HUISJE. We stapelden veilingkisten op elkaar. Een oud kleed of deken op de grond met in het midden een omgekeerde kist. Een jampot gevuld met water en veldbloemen erop en voilà, we hadden een eigen huis. Een ruimte dat mijn broers en buurjongens alleen na toestemming mochten betreden.
Eenmaal jong volwassen leerde ik de vrijheid van kamperen kennen. Zo wonderlijk als ik dat vond! Eerst was er alleen nog gras en twintig minuten later stond daar een katoenen dubbeldakshuisje met alles wat ik nodig had om te kunnen leven. Mijn plek, mijn levensruimte beschermd door een sterke lange rits. Lag lekker warm in mijn slaapzak en luisterde naar de wind in de bomen, hoorde de roep van een nachtvogel en werd wakker van het tikken van de regen op het doek. Was gelukkig in alleen zijn met eigen gedachten en dromen.

Een eigen huis, een eigen plek waar ik me af kan schermen voor andere mensen is van levensbelang. Opgegroeid in een gezin met tien kinderen waar iedereen over elkaars grenzen heen denderde. Wonen in een huis dat te weinig privacy bood. Alleen een paar uur in bed voor mijn oudere zus naast me kroop. Waar je geen eigen plek had en huilde omdat de stoel waar je even van was weggelopen alweer door een ander was bezet. En moeder je leerde dat op deze aarde niets van je zelf is. Zelfs je kont niet! Dat later, als we goed ons best hadden gedaan, we een plaatsje in de hemel zouden krijgen.

Mijn tuinhuis is een noodzaak. Het is een plek waar ik ongestoord mijn eigen gedachten kan denken. Een stukje privacy wat ik nodig heb om bij mezelf thuis te komen. Gelukkig heb ik een sterke wil. Ik ben echt een doorzetter en repareer nu met veel meten en passen het weggerotte raamkozijn. En dat plaatsje in de hemel is, als ik er kom, vast al door een ander bezet.

Wordt vervolgd. Lees verder op: Het monster met negen koppen.

zondag 17 juli 2011

Met de vloer op tafel



Na de zondvloed afgelopen week, vond ik de rood gebeitste houten vloer drijvend als een vlonder in mijn tuinhuis. Ja daar kan je om huilen, maar positief is wel dat de cementen en met een afdichtingspakket behandelde vloer echt waterdicht is. Alleen mag er vanwege het zwembad effect, geen water naar binnen komen. 
Gelukkig werkt het weer mee, want afgelopen vrijdag scheen de zon alsof er geen wolkje aan de lucht was geweest. In een goed uur schroefde ik alle 32 planken weer los en sjouwde ze samen met balken en piepschuim naar buiten. 
Zeven badlakens en drie (oude) hoeslakens had ik nodig om het hemelwater - waar ze in Somalië naar smachten - uit mijn hut te verdrijven. Sorry ik heb het water uitgewrongen in mijn grasveld. Ja ik weet: het leven is niet eerlijk en God bestaat niet anders zou hij de watervoorziening echt wel beter verdelen. 
Bovenop een ladder heb ik alle zwakke plekken in de dakgoot nagekeken en hier en daar een noodverband van een uit teer bestaande aquaplak aangelegd. 
Goed bekeken kon dat niet de oorzaak zijn van de minsten dertig liter water die zich onder mijn dak had verzameld. Dus heb ik Jaap van Ons Buiten erbij gehaald. Jaap is architectonisch deskundig en lid van de bouwcommissie. Volgens hem was het probleem toch echt wel de uit stenen opgebouwde voet waarop mijn tempel rust. De hele mikmak goed reinigen en daarna van een teerlaag voorzien. Ik haalde opgelucht adem, zo'n werkje dicht bij de grond moet voor mij geen probleem zijn. Ik moet zeggen het weer blijft meewerken, want inmiddels heb ik af en toe een flinke bui nodig om de waterdichtheid van mijn tuinhuis uit te testen. De vloer ligt  al weer een paar dagen op tafel en ik heb mezelf beloofd dat hij daar niet van af komt voor dat mijn tuinhuis echt helemaal waterproof is!

Wordt vervolgd. Lees verder op: Een plekje in de hemel.

donderdag 7 juli 2011

Zweten, zwoegen en rugpijn

Tien maanden geleden vatte ik het plan op om de door rot aangetaste vloer in mijn tuinhuis te vervangen en voegde de daad bij het woord.


We leven juli 2011 en voor zover ik het kan overzien zijn nu alle sluiproutes voor het hemelwater afgesloten. Het zijn weliswaar noodverordeningen en binnen afzienbare tijd zal toch ook het dak vernieuwd moeten worden.
Tussendoor heb ik nog een paar malletjes gemaakt en zelfgemaakt cement van voegmortel met wat zand. De steentjes heb ik opgeraapt van mijn grindplekje, ik kan toch niet voor elk wissewasje naar de Gamma.

Mijn vader - de zevende generatie metselaar in zijn familie - zou trots op mij zijn geweest.










Het ziet er echt goed uit en de buitenhoeken van van mijn tuinhuis staan er weer fris en stevig bij!



Na veel passen en meten ben ik nu eindelijk begonnen aan het voorboren en vastschroeven van de vloerdelen. Minstens de helft van de planken heb ik staan beitsen bij een temperatuur van 26 graden en in de volle zon. Een heet karwei waarbij veel inspiratie, voor alles wat ik in dit tuinhuis nog schrijven wil, via transpiratie is afgevloeid. Ja en die grote tegel in de hoek - de plaats waar mijn zibrokachel schokvrij komt te staan - die was voor mij net iets te zwaar!



Wordt vervolgd. Met de vloer op tafel!

woensdag 15 juni 2011

Help! Er ligt weer water in mijn tuinhuis..

Nooit wilde ik nog water in mijn tuinhuis zien. En dan - op een morgen nadat het 's nachts eindelijk weer eens flink geregend heeft - vind ik dit tafereel!


Na een flinke speurtocht ontdek ik de zwakke plek in mijn idylle.


Het regenwater sijpelt tussen de binnen- en buitenwand van mijn tuinhuis en is vermoedelijk ook de oorzaak van de rot in het hout. Die wand moet vernieuwd, maar niet nu. Eerst wil ik de binnenboel aan kant. Weer alles op zijn plek. Even uit kunnen rusten en kijken door het raam naar het roodborstje dat wipt van tak tot tak in de rododendron.
Alleen een nieuwe vloer op een laag water dat niet wegzakt, is ook geen goed idee! Dus op naar de Gamma, waar ik me verdiep in alles wat kieren althans tijdelijk dicht. Een soort van EHBO-pakket.


Het kostte me een lange middag. Bovenop de ladder met het pistool waaruit dakreparatiekit tergend langzaam over de rand van de dakgoot kroop en mijn handen en vingers aan elkaar plakten van de zwarte teer. Hoe in godsnaam moest ik die weer schoon krijgen? Ik dacht terug aan een oud familieverhaal. Hoe mijn moeder een toen driejarige broer wel eens met boter had schoongemaakt. Nadat deze op de boerderij naast ons de geit had vastgehouden terwijl een even oud buurjongetje het dier eens flink in de teer had gezet. De buurvrouw had zich later verbaasd afgevraagd waar plotseling die bonte geit vandaan was gekomen. Tot haar zoon het verhaal uit de doeken deed. Een heel pakje boter had mijn moeder nodig om mijn broer weer toonbaar te maken en de geit mocht vanwege het verbrandingsgevaar de hele zomer niet van stal. Gelukkig kreeg ik mijn handen met een flinke scheut terpentine weer helemaal schoon!


Wordt vervolgd. Lees verder op:Zweten,zwoegen en rugpijn!