vrijdag 9 december 2011

Hiep, hiep er wordt er ééntje jarig! (3)

© Sagita

Ik leg de stapel T-shirts bovenop de zwarte, kunstlederen hoes met daarin een kapperstondeuse plus toebehoren. Een verjaardagscadeau, van mij aan Aram. Vijftien jaar was hij geworden en het hele huis rook naar testosteron. De deuren werden zo hard dichtgeslagen dat de woningbouw er aan te pas moest komen. 
'Die deuren hebben nooit goed in de hengsels gehangen, verdedigde ik Aram. 'Het is een constructiefout. U denkt toch niet dat ik het goed vind dat mijn kinderen hier met de deuren slaan!'

Een paar maanden van te voren was hij er over begonnen: 'Mam, weet je wat ik voor mijn verjaardag wil?' Een tondeuse dus.
Voorzichtig had ik mijn bedenkingen geuit: 'Zonde van je mooie haar, opa was op zijn zesentwintigste al helemaal kaal en zet je jezelf niet in een hoek waar je niet hoort.' Aram wuifde ze allemaal weg. Ik moest toch begrijpen dat hij een echte Gabber wilde zijn. Hij hield van de muziek en zou naar houseparty's gaan. Daar kon je geen haar gebruiken. Veel te warm!
Wat was eigenlijk het verschil met mijn generatie, vroeg ik mezelf af? Langharig en werkschuw tuig, daar waren de babyboomers voor uitgemaakt. Na een paar jaar wennen maakte niemand zich meer druk. Zelfs niet over dienstplichtigen met een paardenstaart.
Negenenvijftig gulden moest de tondeuse kosten, inclusief vier opzetkammen, schaar, kam en kappersmantel.
'Een prima ding voor die prijs,' zei de verkoper.
Precies twee keer niet-knippen door de kapper rekende ik vlug uit. 

Een week na zijn verjaardag moest het gebeuren.
'Mam, wil je me even helpen?'
Eén voor één vielen zijn dikke, donkere lokken op de grond en op mijn schoenen. De afwerking verzorgde hij zelf met zijn tondeuse. Na het bad, om alle kriebelhaartjes weg te spoelen, keerde hij terug in de kamer, waar ik nog bezig was met het opvegen van zijn haar. Verrast zag ik zijn gezicht. Zijn vochtig glanzende ogen. Ze leken groter nu met alleen de dikke zwarte wenkbrauwen erboven. 'Oh Aram, je lijkt op een zeehondje!'
© Sagita
Met mijn hand streek ik over zijn hoofd. Zijn huid voelde wonderlijk zacht. Ik dacht terug aan de tijd dat ik hem op mijn borst in de draagzak droeg. Mijn jas eromheen geknoopt om hem te beschermen. Vinnig keek hij over de kraag. Mensen bogen zich over ons heen. Legden hun hand op zijn bolletje.

Samen met zijn vrienden vertrok hij naar Zaandam. 'Veel plezier en zorg goed voor jezelf,' riep ik hem na. Hij had moeten beloven geen pillen te slikken. 'Die heb jij helemaal niet nodig. Neem maar een aspirientje dan ga je ook als een speer en mocht je toch moe worden dan rust je gewoon even uit.' 


naar deel 4 (slot)

'Hiep,hiep er wordt ééntje jarig!'
verscheen eerder in de 
verhalenbundel "Zwanenzang" 
uitgegeven door Boekenplan.

maandag 5 december 2011

Hiep, hiep er wordt er ééntje jarig! (2)



©Sagita                                                                                                                     Gravingen bij het ochtendgloren
 
Overmorgen wordt Aram zeventien jaar. In zijn kast zoek ik naar een plekje voor de stapel schone T-shirts. De bovenste plank kan ik vergeten; scheergel, acné lotion, deo for men, eau de toilette, glijden vluchtig door mijn handen heen. Wattenschijfjes slingeren er los tussendoor, evenals de condooms die uit de verpakking zijn geraakt. Hij koopt ze nu zelf. Vierentwintig stuks lees ik op het doosje.

Nog nooit had ik condooms gekocht. Ik had me als puber teveel gegeneerd voor de pakken maandverband die ik bij de kassa af moest rekenen. De zomervakantie stond voor de deur. Aram was dertien en hij wilde niet meer met mij en zijn zes jaar jongere broertje David mee naar het naturistenterrein. Ja hoor, hij zou gek zijn! Zeker een beetje in zijn blote kont rond gaan lopen! Nee, dan hadden we toch echt de verkeerde voor.
© Sagita
Gravingen, waar ik hem nog in mijn buik had rondgedragen. Waar hij peuterde en kleuterde. Waar we kampeerden. Zelfs de naam mocht niet meer hardop uitgesproken worden. Met pijn in mijn hart kocht ik voor hem een abonnement voor het zwembad.

Aram werd een man. Op mijn vraag hoe het er mee stond antwoordde hij: 'Dat gaat jou niks aan.' Op eerdere vragen van mij in die richting had hij met een twinkeling in zijn bruine ogen geschertst: 'Nee, hoor mam. Wat denk je eigenlijk wel?'
Nu gooide hij de deur bot voor mij dicht: 'Dag Mam, bemoei je maar met je eigen zaken!'
Dat was gemakkelijk gezegd, maar wat waren mijn zaken en wat waren de zaken van een jongen van dertien? Met een week zouden we afreizen naar de Vogezen. Veertien dagen kamperen met andere ouders en veel pubermeisjes.

Het huis aan huisblad viel net op tijd in de brievenbus. Een reclame van het Kruidvat; 'twaalf condooms voor tien gulden' spatte van de voorpagina. De volgende dag stond ik met David, die niet thuis had willen blijven, naast me voor de toonbank van een filiaal.
'Ik wil condooms.' Mijn stem klonk stevig.
'Welke wilt u hebben?' vroeg de verkoopster. Kennelijk een routine vraag.
'Ik weet niet, wat u allemaal in de aanbieding heeft.' Mijn stem klonk minder vast.
'Dit is de eerste keer dat ik condooms koop,' biechtte ik ruiterlijk op.
David, die het gesprek met ontzetting had gevolgd, rukte aan mijn arm. 'Mam! Mam! Wat moet jij nu met condooms?'
'Ze zijn niet voor mij, maar voor je broer. Als jij groot bent zal ik ze ook voor jou kopen,' suste ik hem. ' Het is voor mijn oudste zoon,' lichtte ik de verkoopster nu ook in. Het meisje nam me mee naar de hoek van de toonbank, naar een rekje gevuld met platte, vierkante doosjes in verschillende kleuren.
Condooms bleken te variéren in de maten medium, large en extra large, in kleur en in dikte, al of niet met toevoeging van zaaddodende en/of virusdodende vloeistof. Kosten: achttien gulden voor een verpakking met twaalf condooms zonder iets extra's. Ik twijfelde. Wat moest een jongen van dertien jaar met zoveel condooms? Voor hij aan de laatste toe zou zijn was het rubber misschien verteerd! Gelukkig bleken er ook verpakkingen van drie stuks te bestaan. Die pasten meer bij mijn doelstelling; uit voorzorg.

We kwamen thuis met twee verpakkingen van drie condooms, gedrenkt in zaaddodende en virusdodende vloeistof. Ik brak mijn hoofd over hoe ik Aram de condooms op een tactische manier kon overhandigen. David hielp me uit de brand. De voordeur amper gesloten riep hij: 'Aram! Mama heeft condooms voor je gekocht!'
'Voor de vakantie,' lichtte ik verlegen toe. 'Je kunt niet weten en je bent al een man.' Zijn gezicht verhelderde; hij wilde graag een man zijn. Waardig nam hij de verpakking aan.
'Het is wel een dure business,' kon ik niet nalaten te zeggen. 'Zes gulden dertig, drie condooms. Ruim twee gulden voor een wip.'
'Toch goedkoper dan naar de hoeren,' antwoordde hij.

Even later passeerde ik de openstaande deur van zijn kamer. Hij zat op zijn bed en wurmde met zijn korte, dikke vingers een condoom in een vakje van zijn portemonnee. Hoe lang was het nou helemaal geleden, vroeg ik mezelf af, dat hij met een zorgelijke blik gezegd had: 'Mam, ik ga nooit vrijen hoor, als ik groot ben.'
'O nee, waarom niet?'
Hij had een vies gezicht getrokken en geantwoord: 'Daar krijg je aids van.'





naar deel 3

'Hiep,hiep er wordt ééntje jarig!'
verscheen eerder in de 
verhalenbundel "Zwanenzang" 
uitgegeven door Boekenplan.

zaterdag 3 december 2011

Hiep, hiep er wordt er eentje jarig! (1)


                         © sagita
Een week van tevoren beginnen mijn dagelijkse speurtochten door het huis. Achter kamerdeuren, in hoeken, onder bedden en op stoelen, overal vind ik vuile sokken, onderbroeken, T-shirts, truien en spijkerbroeken. Witte, bonte en fijne kledingstukken rommelen rond in de wasmachine, moeten gedroogd en gestreken worden. De vloer wordt met was gedweild, de koelkast gesopt en de ramen gezeemd. Tussendoor maak ik lijstjes met boodschappen, stap keer op keer op mijn fiets en kom zo'n anderhalf uur later zwaar beladen weer terug.  Hiep, hiep er wordt er ééntje jarig!

Ieder verjaardagsfeest is voor mij een testcase waar vrienden, familie en de oppervlakkige aanhang van de kinderen met eigen ogen komen kijken of het wel verantwoord is: zo'n moeder alleen met twee kinderen. Komen die schapen niets te kort?

Hoe vaak is de afgelopen jaren aan mij de vraag gesteld of mijn kinderen, Aram en David, geen vader missen?
Pfff...! Alleen de gedachte wind me al op. Missen! Waar waren die vaders toen mijn biologische klok keihard begon te tikken? Geen man in mijn vriendenkring die het vaderschap ambieerde. Met hoeveel van hen heb ik het bed gedeeld? Wel vrijen! Neuken! Niet één durfde met mij dit avontuur te beginnen. Kinderen pasten niet in hun leven of de wereld was al overvol. Gezwam!  Gewoon te schijterig om verantwoordelijkheid te nemen en bang dat hun veilige wereldje overhoop zou gaan. Een spermabank heeft mijn kinderwens vervuld. Vanaf het moment dat ik voor het eerst zwanger was, heb ik mezelf beloofd, dat niet één man nog ooit tussen mij de kinderen zou komen.

Op Arams eerste verjaardag stonden om twee uur 's nachts de taarten nog in de oven. Intussen zwoegde ik bovenop een stellage van eetkamerstoel plus kinderstoeltje met spelden in mijn mond en handen om de slingers aan het behang vast te prikken. Steeds als een kant vast zat en ik de stellage naar de tegenoverliggende hoek van de kamer had versleept, kwam de versiering weer naar beneden. Liggend op het vloerkleed blies ik om half vier 's morgens tot slot de ballonnen op. Het huis geurde naar appeltaart en amandelen toen Aram om zes uur wakker werd. Verrukt wees hij naar de ballonnen, klapte in zijn handen en riep: 'Dootjes, dootjes.'
Familie en vrienden vierden massaal zijn eerste verjaardag mee. Ik holde heen en weer met lekkere hapjes en drankjes. Aram verhuisde van schoot naar schoot en werd door iedereen geknuffeld. Op wankele beentjes stapte hij rond en keek verbaasd naar de kinderen, die zich op zijn speelgoed stortten.

Eindelijk om zeven uur 's avonds vertrok de laatste gast. Aram zag spierwit. Ik legde hem in bed. Terug in de huiskamer keek ik verdwaasd om me heen; overal vuil vaatwerk, geen stukje speelgoed meer op zijn plaats. Plotseling hoorde ik Aram krijsen op een manier dat ik er van schrok. Ik rende zijn kamer binnen, juist op het moment dat ik hem zijn bed uit tilde, begon hij over te geven. Aram gilde nog harder; hij raakte totaal over zijn toeren van het braaksel dat in een grote boog zijn mond uit vloog.

Aram in mijn armen. Zijn armpjes om mijn nek. Zo hebben we samen nog lang in de grote stoel gezeten.






'Hiep,hiep er wordt ééntje jarig!' verscheen eerder
in de verhalenbundel "Zwanenzang"
uitgegeven door Boekenplan in 2002.






dinsdag 8 november 2011

Als ik groot ben word ik een moeder

Augustus 1981                                                   Foto: Gulika Postema
'Waarom wil je een kind?'

Mijn huisarts kijkt mij van achter zijn bureau met vragende ogen aan. Ik ben naar zijn spreekuur gekomen om me in te laten en­ten tegen de rodehond. Ongeveer twee maanden daarvoor heb ik hem ook be­zocht. Mijn menstruatie is onregelmatig, pijnlijk en over­vloe­dig. Ik kom thuis met drie strippen anti-con­cep­tiepillen, langzaam breekt het besef door dat ik niet onvruchtbaar gemaakt wil worden Integendeel ik wil een kind. De strippen blijven onaangeroerd in de koel­kast liggen. 

Zijn vraag brengt me met een sprongetje terug op het schoolplein uit mijn kinderjaren.

'In spin de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit', klinken de kinderstemmem over het schoolplein.
Zuster Don Bosco trekt me dicht tegen zich aan en vraagt met vleiende stem: ' En jij Sagita wat wil jij worden als je groot bent?'
Ik ruk me los uit de donkerte van het zwarte ha­bijt. Weg van de stoffig ruikende boezem en spring midden in de bocht van het touw dat door twee kinderen wordt rondge­draaid.
Als ik de bocht weer uit spring kijk ik de non uitda­gend aan: 'Ik wil geen zuster worden,' zeg ik met schelle stem. 'Als ik groot ben word ik een moe­der.'

'Ik wil moeder worden,' antwoord ik mijn huisarts. .
'Dat is geen reden,' zegt hij zacht. 'Dat willen alle vrou­wen.' 

Vandaag is het dertig jaar geleden dat ik moeder ben geworden. 

maandag 10 oktober 2011

Het monster met negen koppen

We leven oktober 2011 en het is alweer een jaar geleden dat ik het stoute plan opvatte om zelf die paar rotte planken in mijn tuinhuis te vervangen.


Mijn tuinhuis begint steeds meer te lijken op de slang Hydra van Lerna uit de Griekse mythologie. Het monster dat Hercules moest verslaan als één van twaalf werken om goed te maken, dat hij in een vlaag van waanzin zijn vrouw en kinderen vermoordde. De moeilijkheidsgraad zat daar in dat voor iedere kop die Hercules van het beest afhakte er twee terugkwamen.

Ik heb geen herinneringen aan vorige levens, maar wellicht heb ik toch ooit iets misdaan wat ik moet goedmaken bij het renoveren van mijn idylle, want iedere keer als ik denk dat ik een klus heb geklaard komen er minstens twee bij.


 






Zoals de foto's laten zien is het      binnen best aardig 
opgeknapt vergeleken
met een half jaar geleden.

   













 













Alleen er was ook nog eenzijwand buiten in een niet al te goede staat. Op het moment dat ik het plan opvatte dat ik best zelf die paar planken kon vervangen zag het er nog aardig uit. Maar in de hitte van het voorjaar ontstonden er enorme kieren tussen de planken en de natte zomer deed de rest. Zo rot als een mispel zou mijn vader zeggen. Dus door en door verrot zoals de vrucht van de mispelaar die men net iets te lang heeft laten liggen voor het consumeren.


Gelukkig brak tweede helft september toch nog even de zomer aan. Eenmaal A gezegd kan men de B niet weigeren. Met het optimistische idee dat het mooie weer zeker zes weken zou aanhouden sloopte ik snel de wand er af! Bestelde hout bij de Gamma en terwijl ik op de bezorging wachtte zaagde ik in gedachten de planken op maat. Schuurde, beitste een schroefde alles weer op zijn plaats. Laat de kou en winter maar komen! Tegen die tijd zou ik heerlijk in mijn verwarmde tuinhuis met kaarslicht nieuwe verhalen bij elkaar zitten te dromen.
Zo is het niet gegaan. Het mooie weer bleef bij een echt Ouwewijvenzomer en ik heb mijn tuinhuis met een oranje zeil afgedekt, waardoor het nu met een beetje verbeelding op een kerststal lijk. Behalve de buitenwand heb ik ook een groot gedeelte van de oude middenhut moeten verwijderen. 
 
Bedekt en aangevreten door alles wat je maar in een insectenboek tegen kan komen was het not done
om dat te laten zitten.
Flink aangetast kwam ook het oorspronkelijke kozijn achter de betimmering vandaan. Een paar spijkers eruit en voila het raam functioneerde weer naar waar het voor diende. 
Het lijkt me zo heerlijk een raam in mijn tuinhuis dat ik naar wens kan opendoen of sluiten, maar hoe krijg ik het weer in een fatsoenlijke staat? Een probleem waarvoor een vorige eigenaar zich kennelijk ook gesteld zag, maar jammerlijk genoeg voor de simpele oplossing koos.





 Ik heb nog een paar klusbedrijven gebeld en gemaild maar tot nu toe geen antwoord op mijn hulpvraag gekregen. Het hout is gebracht en wacht op verwerking. Intussen ben ik weer aan de slag gegaan met STOP ROT en denk na:
Hoe moeilijk zal het zijn om zelf een goed functionerend raam te maken?


Wordt vervolgd. lees verder op: Nooit meer Oranje Boven!

maandag 12 september 2011

Als moeder jarig is, valt er heel wat te vieren!

Hier ben ik nog WIJ


Een oude schoolfoto uit de erfenis van moeder. Met behulp van photoshop heb ik drie grote krassen weggewerkt.Ik kan me er weinig van herinneren dat de foto gemaakt is. Er is alleen een vaag gevoel van wachtten op mijn broer die nog op de bewaarschool zat.  Hij is vijftien maanden jonger en ik zal dus een leerling van de eerste klas lagere school  zijn geweest.
Interessant van het inscannen van oude foto's is, dat je op de computer veel meer waarneemt dan je ooit op zo'n foto gezien hebt. Mij viel vooral de grote boekenkast achter ons op, met rechts de rij keurig gekafte en van etiketten voorziene boeken. Klik op de foto en kijk! Volgens mij zijn de etiketten in handschrift voorzien van titel en een nummer. En gek genoeg herinner ik me ook weer de in rood en groen geruite linten, die moeder om mijn vlechten strikte, nadat zij ze eerst over de pijp van de kachel had glad gestreken. 

De foto is mij vooral dierbaar, omdat er geen foto's meer zijn waarop ik jonger sta afgebeeld. Ooit waren ze wel in ons huis. Zo herinner ik me een foto van moeder samen met mij. Ik ben elf maanden oud en zit op haar arm. Jammer genoeg gaf mijn moeder - bij gebrek aan Tik Tak en Sesamstraat -  haar kinderen af en toe de doos met foto's om ze even zoet te houden. Tja ... ze had die foto's natuurlijk net zo goed direct aan een versnipperaar kunnen voeren. Gelukkig heeft deze foto de beeldenstorm overleefd. Ik heb hem opgeknapt en wil hem gebruiken voor de uitnodiging die ik maak ter gelegenheid van mijn 70ste verjaardag komende week.  Het is inmiddels ook tien jaar geleden dat ik met de diagnose borstkanker werd verblijd.

September 2001 lag mijn leven flink overhoop. Een echo onderzoek wat nader bekeken, een paar woorden van heren in witte jassen en mijn perspectief op de toekomst was in een klap weg. Verder dan een jaar durfde ik niet te denken. Terwijl ik wachtte op verdere onderzoeksuitslagen, bereidde ik mijn 60ste verjaardag voor en gezien de situatie had ik mij voorgenomen om de bloemetjes maar eens flink buiten te zetten. En dan midden in al die onzekerheid breekt nine-eleven aan. De dag waarop één grote stille schreeuw een gapend gat slaat in de Westerse beschaving.

Het was tegen vieren in de middag. Harry Stroeken bracht mij  het manuscript van KALA KALA terug. Ik had gevraagd of hij het wilde lezen. Nu weet ik niet eens meer wat hij er van vond. Wat stelt een manuscript, een bundeltje papier voor, als op datzelfde moment hele kantoren worden leeggeblazen. Het in New York  A-viertjes sneeuwt samen met menselijke silhouetten!  

'Maar we moeten verder,' zeggen mensen als ze een geliefde, een onmisbare hebben verloren. 'We gaan door!'
Ja we gaan door en als het moet tot aan het gaatje! Alleen weet ik niet waarom dat moet? Ik denk dat mensen willen doorgaan. Dat ze willen leven ondanks het gemis! Hun geliefden nog slechts verbeeld op foto's, op een stukje papier!
Ik leef sindsdien door met slechts één borst. Dankbaar omdat ik mijn twee tienerkids uitzag groeien tot flinke mannen. Ja ik heb komend weekend echt wat te vieren!
Nu ben ik IK



Voor de mensen die daar in geïnteresseerd zijn: ik heb een nieuwe  blog MIJN BORSTKANKER aangemaakt, waarop die periode in mijn leven in de vorm van emailbrieven beschreven staat. 




woensdag 24 augustus 2011

Een plekje in de hemel



Zoals met veel tegenslagen in het leven, is de oorzaak van de wateroverlast in mijn tuinhuis geen kwestie van of of, maar een van en en. Geen moment is het in mijn hoofd opgekomen dat de brede gapende kier onder aan een ruit, een oorzaak kon zijn van binnenvallend regenwater. Integendeel ik had totaal geen haast met het herstellen van het weggerotte kozijn zag de gleuf vooral als een povere maar natuurlijke manier van luchtverversing.

Met een overschot van een door zijn poten gezakte partytent heb ik het raam afgedekt, waarna de wateroverlast met liters afnam.
De laatste restjes op de vloer kwamen echt via de kieren en scheurtjes in de stenen rand, zoals Jaap van de bouwcommissie mij verzekerd had. Ik ben dus in de weer gegaan met cementmortel, dit gemixt met een of ander melkachtige vloeistof - waardoor het wateronvriendelijk wordt - tot een klontvrije en smeerbare emulsie.
Half zittend, half gelegen op de grond, gewapend met twee troffels heb ik het spul op de stenenopbouwrand gesmeerd en waande me terug in de tijd waarin mensen hun eigen lemen hut bouwden. Daar lijkt mijn metselwerk ook op. Vooral omdat ik op het laatst, moegeworden, het gewoon met mijn handen erop geboetseerd heb.

Mijn tuinhuis! Bijna een jaar ben ik nu bezig om dit kleine optrekje, dat plekje voor mezelf, zowat met blote handen op te bouwen.
Ik heb een sterke wil: 'Wat die meid in haar kop heeft, heeft ze niet in haar kont zitten,' verzuchtte mijn moeder soms. Dat van die kop kan ik wel begrijpen, maar wat mijn kont daar mee van doen heeft?
Wat zit er in mijn kop dat niet wil opgeven? Niet zegt: 'nu is het wel genoeg stom huis met je rotte planken en lekkende vloer, val maar in elkaar, zoek maar een andere bewoner, ik ben klaar met jou!'
Wat heb jij toch met huizen vroeg ooit een therapeut aan mij?

Van kind af aan speelde  ik met vriendinnetjes HUISJE. We stapelden veilingkisten op elkaar. Een oud kleed of deken op de grond met in het midden een omgekeerde kist. Een jampot gevuld met water en veldbloemen erop en voilà, we hadden een eigen huis. Een ruimte dat mijn broers en buurjongens alleen na toestemming mochten betreden.
Eenmaal jong volwassen leerde ik de vrijheid van kamperen kennen. Zo wonderlijk als ik dat vond! Eerst was er alleen nog gras en twintig minuten later stond daar een katoenen dubbeldakshuisje met alles wat ik nodig had om te kunnen leven. Mijn plek, mijn levensruimte beschermd door een sterke lange rits. Lag lekker warm in mijn slaapzak en luisterde naar de wind in de bomen, hoorde de roep van een nachtvogel en werd wakker van het tikken van de regen op het doek. Was gelukkig in alleen zijn met eigen gedachten en dromen.

Een eigen huis, een eigen plek waar ik me af kan schermen voor andere mensen is van levensbelang. Opgegroeid in een gezin met tien kinderen waar iedereen over elkaars grenzen heen denderde. Wonen in een huis dat te weinig privacy bood. Alleen een paar uur in bed voor mijn oudere zus naast me kroop. Waar je geen eigen plek had en huilde omdat de stoel waar je even van was weggelopen alweer door een ander was bezet. En moeder je leerde dat op deze aarde niets van je zelf is. Zelfs je kont niet! Dat later, als we goed ons best hadden gedaan, we een plaatsje in de hemel zouden krijgen.

Mijn tuinhuis is een noodzaak. Het is een plek waar ik ongestoord mijn eigen gedachten kan denken. Een stukje privacy wat ik nodig heb om bij mezelf thuis te komen. Gelukkig heb ik een sterke wil. Ik ben echt een doorzetter en repareer nu met veel meten en passen het weggerotte raamkozijn. En dat plaatsje in de hemel is, als ik er kom, vast al door een ander bezet.

Wordt vervolgd. Lees verder op: Het monster met negen koppen.