maandag 21 september 2009

Wateren-2



Terugkijkend vind ik het moeilijk om dat te beschrijven wat zo'n weekend boeiend maakt. Een schoonzusje constateert bij het het vertrek: ' Een heerlijk weekend met veel persoonlijke vrijheid.'




De voorwaarden: een locatie in mooie omgeving en voldoende eten, hapjes en drank. Een paar vaste punten als: ontbijten tussen acht en tien , vanaf half vijf borrelen en op zaterdag een barbecue.Verder wat vooronderzoek naar evenementen in de buurt, waar je een fiets kan huren en een paar mensen die bereid zijn om een wandel- en fietstocht te organiseren. Voor de rest rotzooit iedereen maar wat aan. Een huifkar vol kinderen met hun ouders maken het zich moeilijk met een dwars liggend paard. De jongelui springen bij elkaar in de auto en verdwijnen richting zwemparadijs, de ouderen stappen op de fiets of maken, zoals ik een wandeling. Mijn broer – opa geworden van de jongste telg – heeft de leiding. Hij kiest voor een wandeling door de Kale Duinen midden in het Drents-Friese Wold.



Iets ondernemen met mijn familie in groepsverband vergt veel van ieders geduld. Sowieso neemt het nogal wat tijd voor duidelijk is wie er allemaal meegaan en wie met welke auto mee rijdt. Is die hobbel genomen, dan is het wachten op vooral de vrouwen die nog even naar het toilet moeten. Als je denkt dat de groep compleet is, ontdekt er altijd wel een dat hij of zij nog iets vergeten is; een tas of paraplu of iets dergelijks. Deze keer moeten we extra lang wachten omdat op moment van vertrek er plotseling een fotosessie gehouden moet worden. Achteraf begrijpelijk, de familiereünie brengt ook hele gezinnen bij elkaar en is bij uitstek een gelegenheid om weer eens samen op de foto te gaan. In dit geval moet de foto nog diezelfde middag geshopt, afgedrukt en van een lijst worden voorzien zodat hij 's nachts om twaalf uur als verrassing aan de dan jarige moeder kan worden gegeven.

De wachtenden op de parkeerplaats weten niets van dit hogere doel. Ze hangen zuchtend aan openstaande portieren. De kersverse Oma raakt geagiteerd. Baby Adrian dreigt in huilen los te barsten. Hij vindt alles goed. Gaat van arm naar arm. Wordt door iedereen bewonderd en observeert ons op zijn beurt met klinische blik. Zet hem echter niet in een stoeltje van een stilstaande auto.



Gelukkig komt de stoet auto's toch nog in beweging en na een paar kilometer wordt hij overgeheveld in een kinderwagen. Heuvel op heuvel af. Dwars door de zandverstuiving. Afwisselend geduwd of getrokken door ooms, tantes, neven en nichten, die hem als een kudde olifanten omringen.

Dat we allemaal ooit zo als een prins of prinses zijn rondgereden en er niet eens een herinnering aan over hebben gehouden. Misschien om ons te behoeden; niet iedereen wacht een gouden koets.




Wordt vervolgd. Lees verder op: Wateren (3)

zondag 20 september 2009

Wateren - 1



Vrijdagmiddag haalt mijn neef me op. De auto waar ik aanvankelijk met mee zou rijden zit afgeladen vol met boodschappen en kinderen. Gelukkig past mijn bagage nog net naast de muziektoren. Sjors zal de muziek verzorgen. Nee geen CD's, we zitten inmiddels in het tijdperk van de mp3's. Veel muziek in kleine verpakking en wat de oude lullen muziek betreft; Pa heeft nog wel wat uit de jaren zestig. Ik bedenk me nu, dat ik niet een nummer van de Rolling Stones heb gehoord. Al snel staan we in een file en de Tomtom laat zien met blauwe streepjes dat het nog wel even kan duren. Halverwege Utrecht – Zwolle belt mijn jongste zoon dat hij op het station Steenwijk staat en of we hem kunnen halen. Jammer het stond wel in de laatste brief aangekondigd, maar ja niet aan een file gedacht. Gelukkig is er in de buurt een winkelcentrum en daar kan hij zich meestal goed vermaken. Voorbij Zwolle schiet het op, mooie luchten, stortbuien en glanzende paarden, die in de passerende weilanden ongestoord door grazen.
Niet alleen wij stonden in een file. Het hele programma is vertraagt. Langzaam druppelt de een na de andere afsplitsing van vaders en moeders liefdesleven binnen. Het duurt even voor ik ze allemaal van de meest passende slaapplaats heb voorzien. We hebben dit keer een nieuwe locatie en nog wel verdeeld over twee huizen wat het er niet gemakkelijker op maakt. Uiteindelijk beslist de muziek die lang gespeeld moet kunnen worden zonder de kleintjes in hun slaap te storen.









Wordt vervolgd. Lees verder op: Wateren (2)

woensdag 2 september 2009

De boom wordt hoe langer hoe dikker...




zong ik als meisje op het schoolplein samen met de andere kinderen. Hand in hand vormden we een lange ketting. Het eerste kind vastgeklemd aan de stam van de boom, draaiden we in een lange sliert er omheen. Sloten steeds een nieuwe rij kinderen in tot we allemaal met armen, die bijna uit de kom werden getrokken, stijf tegen elkaar gedrukt tot stilstand kwamen.
Het lijkt op het verhaal van mijn vader en moeder. Ooit kropen ze samen, dol verliefd, met zijn tweeën in een nestje, kregen een rij kinderen die op hun beurt uitvlogen en met hun lief een eigen nestje begonnen, zelf kinderen kregen die...en zo gaat het maar voort.
Mijn ouders liggen al lang op het kerkhof achter de kerk. Ze zijn zich niet meer bewust van wat ze teweeg brachten. Het ouderlijke huis waar we iedere zondag naar terugkeerden is gesloten. Moeder schenkt geen drankjes meer, deelt geen broodjes en soep uit. Rond kruipende kinderen en speelgoed zijn van de vloer verdwenen. Vader zit niet meer in zijn luie stoel.

Ergens tweede helft van de jaren negentig begonnen de kleinkinderen erover. Ze misten de zondagse gezelligheid en herinnerden zich mijn vijftigste verjaardag. De hele familie op de boot voor een weekendje Vlieland. Fietsen door de duinen, het wad op, volleyballen, barbecueën en 's avonds spelletjes met een drankje. Waarom we dat niet nog eens deden? En zo is het gekomen. Komend weekend is het weer zover; we houden dan voor de zesde keer ons tweejaarlijks familie weekend. Het Fries Drentse Wold is dit keer ons doel. Vrijdag komt een kleine volksverhuizing op gang, vanuit alle hoeken van Nederland maken familieleden zich klaar voor de grote trek. De oudste bijna 74, de jongste vijf maanden gaan we elkaar een heel weekend in de weg zitten. We schenken nu zelf een drankje in, delen broodjes uit, maken soep en nog veel meer.



Wordt vervolgd: lees verder op: Wateren (1)

zondag 9 augustus 2009

Mexicaanse griep


De naam Mexicaans heeft men laten vallen. De griep heet nu gewoon 'nieuwe influenza A'. Nieuwe verwijst naar de oude variant, die in de tweede helft van de jaren vijftig half Nederland – ik dus ook – in bed deed belanden met de diagnose: A-griep. A afkomstig van Aziatisch en in zijn DNA nog verwant aan de Spaanse griep uit 1918.
De griep die als een stofkam door de Europese bevolking heen trok en wereldwijd miljoenen slachtoffers maakte, onder hen een toen 26-jarige broer van mijn vader. Ome Jan was amper zes weken getrouwd en zijn bruid werd al weduwe. Tante Marie bleef alleen achter op de grote boerderij in Wassenaar. Gelukkig had het Rijke Roomse Leven het gezin van mijn vader van veel jongens voorzien en nog geen jaar later huwde mijn tante met mijn ome Koos. Ondanks dat hij haar acht zonen en twee dochters schonk – wat in onze familie een soort van blauwdruk is -, treurde ze haar hele leven over het verlies van haar geliefde. Een andere broer van mijn vader overleefde weliswaar de Spaanse griep, maar veranderde voor de rest van zijn leven in de gek van de familie. Ome Dries was de man, die in de winter met drie jassen aan, pet diep over zijn oren en met de kachel tussen zijn benen, verkondigde dat wij het misschien niet wilden geloven, maar dat hij barstte van de hitte. Ome Dries kon je wijsmaken dat de peuken, die een neef 's avonds stiekem in de aarde van de tuin plantte, sigaren waren die daar 's nachts groeiden. Later verdween hij uit mijn beeld, werd een oom ergens ver weg in een gesticht, af en toe bezocht door mijn ouders, ooms en tantes na een urenlange reis. Uiteindelijk stierf hij 77 jaar oud in de Sint Bavo in Noordwijkerhout.

Zijn zakgeld werd verdeeld onder zijn broers en zussen. Op de een of andere manier ben ik in het bezit van zijn portemonnee gekomen met als enige inhoud een cent geslagen in 1941 onder Duits beheer. Die cent heb ik altijd bewaard.
Ik ben geen liefhebber van griep, zeker niet als er Spaans bij wordt gesproken. Ik volg heel alert alle berichten over de verspreiding van het nieuwe virus en de maatregelen die de regering op advies van het RIVM denkt te nemen. Het virus treft vooral jonge mensen en met twee zonen van 22 en 27 jaar heb ik bedacht dat, ik het idee van een overwintering in Spanje beter kan laten vallen. Ik wil in de buurt zijn als mijn jongens vechten voor hun leven, hen aanmoedigen om zich voor eens en altijd te ontdoen van die Spaanse parasiet.
Gelukkig speelt het drama zich alsnog ver weg af van onze dagelijkse beslommeringen. Ik ben druk in de weer, samen met mijn jongste zoon om zijn nieuwe studentenkamer in Breda bewoonbaar te maken. Op naar de Gamma en met liters muurverf en andere help je zelf attributen weer terug met het openbaar vervoer. Mijn zoon kreunt en steunt: 'ik voel me niet lekker'.
'Niet zeuren, doorgaan', ik stop hem de verfroller in zijn hand en de eerste muren worden van een nieuw kleurtje voorzien. Het is warm, mijn zoon klaagt: 'mijn keel doet zeer.' Mijn verdere vragen beantwoordt hij met een knikje of schudden van zijn hoofd. Als we 's avonds om elf uur weer terug in Utrecht zijn slaat de thermometer 38.6 uit en hoor ik dat bij de vriendin van een huisgenoot Mexicaanse griep is vastgesteld. Een telefoontje de andere dag met de huisarts maakt duidelijk dat de klachten overeenkomen met de Mexicaanse griep. De GGD hoeft niet gewaarschuwd, tamiflu is rommel en als mijn zoon zich erg beroerd voelt mag hij een paracetamol nemen. Verder krijgen we het advies om ons een beetje te isoleren van de rest van de goegemeente.
We leven al weer een paar dagen verder, de koorts opgelopen tot 39.1 is bijna terug op normaal niveau. Mijn zoon kucht wat rond en is wat slapjes, maar heeft het monster verslagen zonder ook maar één paracetamol.
Ik ben wat verward. Herinner me de A-griep, mijn holle ogen en dunne slappe benen na een week hoge koorts en dan die griep in de krokusvakantie van 1994; geen kind meer in de klas en wij allemaal ziek in bed. Een filmploeg van de NOS kwam alles verslaan en een dag lang speelden we een hoofdrol in het journaal.

zondag 26 juli 2009

Een Rijk Rooms Leven




Deze foto is gemaakt in 1955, kort voor het vertrek van mijn broer naar Brazilië.

Een broer in Brazilië is ook de titel van een boek door Bep Vuijk (1905-1991) geschreven. Ik heb het boek ooit in mijn bezit gehad, maar het weggegeven of kwijtgeraakt. Steeds als het gedachtegoed van een boek mij boeit, wil ik dat graag delen met anderen, wat vaak tot lege plekken in de boekenkast leidt.
Zestiger jaren vorige eeuw, bezoekt Bep haar niet geheel onbemiddelde broer in Brazilië. In het boek verhaalt ze over deze reis en geeft ze haar visie op de toen actuele ontwikkelingen in dat immense land: Brazilië is binnen, maar er staan er veel buiten, schrijft ze in een voorpublicatie in 'Vrij Nederland' van 18 mei 1968.
Hoewel ik altijd veel belangstelling heb gehad voor de (politieke) ontwikkelingen in Brazilië – ik was een echte fan van Dom Hélder Câmara, de rode bisschop - trok vooral de titel mijn aandacht.

Het Rijke Roomse Leven; we dronken het samen met de melk uit moeders borst. Buiten die context zouden de laatste vijf kinderen niet geboren zijn. Ik - het vijfde kind - ben een twijfel geval. Nu vormden we, zoals op de foto is te zien, een groot gezin met veel jongens. Telkens als een van hen op het punt stond om de basisschool te verlaten, klopte er een Pater Karmeliet op de deur. Eén van hen vertelde mijn moeder gekscherend: 'je hebt acht jongens, vier ervan zijn voor ons.'
Inderdaad verdwenen vier van mijn broers naar het klein seminarie in Zenderen. Niet allemaal voltooiden ze hun opleiding, maar het gaf wel een tweedeling in het gezin. Enerzijds waren er de studentjes, die - ver van huis - als eerste in nieuwe kleren werden gestoken of van schoenen voorzien en anderzijds waren er de jongens, die op de ambachtschool een beroep leerden en afwachtten of er voor hen nog een nieuwe broek af kon. Soms liepen de spanningen hoog op, gingen ze met elkaar op de vuist en maakte de ene broer de ander uit voor: 'vuile vieze pater!' Meestal was de solidariteit groot.
Ik vraag me wel eens af hoe de kinderen uit ons gezin zich ontwikkeld zouden hebben als er geen Rijk Rooms Leven geweest was? Als er geen invloed van Paters was geweest waardoor een deel van de kinderen konden doorleren: hun hersens gingen gebruiken, naar een vreemd en ver land vertrokken? Nieuwe ideeën en mogelijkheden het gezin binnen brachten?

Op dit moment scan ik de blauwgekleurde brieven in; flinterdun papier, porto 25 cent, die mijn moeder aan Mijn broer in Brazilië schreef . Alleen de brieven van na zijn vertrek november 1955 tot en met de jaren zestig zijn bewaard gebleven. Brieven waarin ze het opgroeien van haar gezin met kleine en grote zorgen tot leven brengt. In het midden van de woonkamer zit ze aan tafel in het licht van de lamp. Daar schrijft ze bijna wekelijks aan dat ene kind.
Uitvergroot op mijn computerscherm lees ik het vertrouwde handschrift waarin ze mijn broer, bijna als naar een vriend, vertelt over alles wat haar bezig houdt!

vrijdag 17 juli 2009

honder jaar geleden



Dit weekend is het honderd jaar geleden dat de vereniging voor harddraverij in mijn geboortedorp is opgericht. 1909 is ook het jaar dat mijn moeder is geboren.


Moeder in 1938 met haar twee oudste kinderen. Op weg naar de harddraverij en de erbij behorende kermis.









Moeder in 1954 met haar twee jongste kinderen reeds gearriveerd op het kermisveld.

dinsdag 7 juli 2009

Mijn eerste foto


Belichtingstijd heb ik mijn virtuele plekje in de ruimte genoemd. Godzijdank was deze titel nog vrij, want ik vind hem zo toepasselijk. Echt een vlag waaronder ik alles uit kan stallen wat ik de moeite van het memoreren waard vind.
Mijn eerste foto maakte ik ergens tweede helft jaren vijftig met de Agfa-klak van moeder. Heel bijzonder, bedenk ik nu, dat zij; de vrouw van een arbeider en moeder van tien kinderen, zich een fototoestel veroorloofde! Ik veronderstel dat het vertrek van één van mijn broers haar tot deze stoutmoedige daad heeft gedreven. Zeventien jaar oud vertrok hij onder de bescherming van een pater karmeliet naar Brazilië om daar de priesteropleiding af te ronden, die hij in Zenderen begonnen was. Toevallig of misschien ook niet verscheen verleden jaar bij Prometheus een boek van Marcel Haenen 'Tien paters op Gods grote akker', dat het leven van de laatste lichting Nederlandse missionarissen in Brazilië beschrijft. Hoewel mijn broer bij de voorlaatste lichting zat hebben ze ook gebruik gemaakt van de brieven die hij in die jaren naar ons ouderlijk huis schreef.
Terug naar de Agfa-klak met het geel gekleurde rolletje, dat je eerst los moest peuteren waarna het nog een hele toer was om het begin in het gleufje van het toestel te plaatsen. Had je geluk - lag je rolletje niet als een uitgewaaierde rol WC-papier op de grond en overleefde het ook het eruit halen - dan ontving je na ongeveer een week, acht foto's met de afmeting van de negatieven, namelijk zes bij negen centimeter. Ik heb er nog heel wat in mijn bezit.
Niet toevallig dat het object van mijn allereerste foto een groepje kinderen is: mijn twee jongste broers en drie buurkinderen. Kinderen vormen, ook nu nog, een belangrijk onderwerp binnen mijn fotografie. Kinderen van mijn broers, zus, neefjes, nichtjes, kinderen van vrienden; ik heb er heel wat voor mijn lens gehad voor ik zelf moeder werd.
Terugkijkend naar de foto zijn het niet de kinderen, maar het interieur dat me verrast. De kinderen zitten in en op de leunstoel waar vader na het eten even een dutje in deed. Het aquarium waar hij woest op bonkte omdat de vraatzuchtige maanvissen het kroost van de guppy's of neontetra's voor zijn ogen opaten. De Fuchia in de vensterbank, het pluche tafelkleed. Ik vraag me af waar de courantenhanger aan de muur gebleven is. Zeker net als de kopergravure bij de verhuizing door de hulp bij het grofvuil gezet. Ik probeer de boeken aan hun kaft te herkennen. Onderin liggen stapels prismaboeken. Bovenin staan boeken als: Bittere vrijheid, over het drama van de mannen die na de oorlog in Russische gevangenschap raakten. Jaren later naar huis terugkeerden, waar ze vrouw en kinderen van zich vervreemd vonden. Een ander boek: Dorothea's heerszuchtige liefde is me ook altijd bij gebleven. Misschien omdat mijn overgrootvader door zijn vader, een rijke herenboer, is onterft nadat hij met mijn overgrootmoeder (beneden zijn stand) trouwde. Dorothea begint als meid op een grote herenboerderij, maar als ze sterft heeft ze alles in haar bezit. Lekker puh!
De kamer lijkt schever dan hij in werkelijk was. Ik heb de foto niet helemaal recht genomen. Die kamer met zijn uitzicht op het weiland ernaast! In de zomer, het raam wijd open, speelden wij daar en reikte moeder ons de boterhammen aan.
De kinderen zijn er nog. Het huis is verdwenen, de kamer biedt geen uitzicht meer.